Translate Milfy!

vrijdag 26 juli 2013

10^Taal voor... Max van Duijn

Taal: wie is er niet mee bezig? Blogs, twitters, tijdschriften, polemieken, ingezonden brieven, boeken. Er zijn heul veul mensen met evenveul meningen. Toch zijn er ook mensen die zich meer met taal bezig houden dan anderen. Daarom vraagt Milfje Meulskens hun mening over taal. Vandaag de eloquente Max van Duijn, promovendus aan de Leidse Universiteit. Hij doet onderzoek naar de rol die taal en verhalen spelen bij ‘gedachtenlezen’, ofwel: bij hoe we ons een beeld vormen van wat anderen denken.


1. Wat betekent taal voor jou?

Mijn moeder vertelt dat ik vroeg begon met spreken, al rond mijn eerste verjaardag, en dat ik er sindsdien nooit meer mee ben opgehouden. Als kind stond ik pratend op en ging ik pratend naar bed. Enige tijd later begon ook het lezen een belangrijke daginvulling te vormen, weer later kwam schrijven daarbij. Ook luisteren doe ik graag, naar taalrijke muziek, cabaret en lezingen. Sinds enkele jaren is de taal ook nog mijn onderzoekzoeksobject geworden. Ik kan gerust zeggen dat zij in mijn leven in het rijtje ‘eten, drinken, slapen’, thuishoort.

2. Wat vind je van spellingsregels?

Ik hecht aan juiste spelling, maar raak niet in paniek van een enkele misser. Spellingsregels spelen volgens mij een rol op twee podia: enerzijds waarborgen ze continuïteit in onze geschreven taal, wat het gemakkelijker maakt die te begrijpen en te leren. Anderzijds is spelling een signaal van opleiding: het kost doorgaans jaren deelname aan goed onderwijs om correct te leren spellen. Als iemand dit kan, zal een ander (die daar oog voor heeft) dit meer of minder bewust oppikken en extrapoleren naar bekwaamheid op andere terreinen.

3. Erger je je aan het taalgebruik van mensen?

Dat hangt ervan af in welke verhouding ik tot hen sta. Zodra het vreemden of vage kennissen zijn, en ik me dus kan veroorloven om me niets aan te trekken van hoe ze praten of wat ze zeggen, dan vind ik ook de lelijkste dingen prachtig ‘als fenomeen’. Maar als een van mijn beste vrienden opeens zou vragen ‘hoe duur mijn baardtrimmer kost’ (incorrect), of zich zou uitlaten over een ‘stukje communicatie naar de klant toe’ (lelijk), dan voelt het alsof hij of zij op mijn tenen gaat staan. Trouwens: ik hoor mijn vrienden zoiets niet zomaar zeggen—wie weet, zoek ik ze erop uit. (En dat laatste bevat waarschijnlijk meer waarheid dan ik ooit zou durven toegeven.)

4. Waarom denk je dat mensen zich ergeren aan taalgebruik?

Er zijn meerdere goede antwoorden mogelijk op deze vraag, denk ik, maar laat ik er een geven die mijn fascinatie heeft. Mensen zijn doorgaans erg conformistisch, zowel van naturen als door hun ontwikkeling in sociale omgevingen waar dit wordt gestimuleerd. We hebben de neiging ongeschreven regels, conventies, te volgen die in een bepaald sociaal verband gelden. Meestal kost het ons aanzienlijk meer moeite om een conventie niet te volgen, dan om dit wel te doen: we voelen een zekere weerstand tegen niet-conformeren. Als anderen zo’n regel die in een sociaal verband geldt schenden, dan voelen we die weerstand plaatsvervangend: het valt ons op als iets dat niet hoort, en ‘stoort’ ons.

5. Uit je filmpje en de bijbehorende omschrijving is duidelijk waar je onderzoek naar doet, maar hoe doe je dat onderzoek?

Mijn onderzoek is deels empirisch, deels theoretisch. Ik heb drie deelprojecten waarin het theoretische deel hetzelfde is, maar het empirische verschillend. Het eerste gaat over hoe ingebedde geestesgesteldheden worden weergegeven in literaire teksten: hoe komt een lezer van, bijvoorbeeld, de tekst van Oedipus Rex te weten Oedipus vermoedt dat Iocaste denkt dat hij van lage afkomst zal blijken te zijn? En wat leert ons dit over hoe mensen zich een beeld vormen van wat anderen denken? In het tweede deelproject stel ik dezelfde vragen, maar hier gebruik ik corpora van gesproken en geschreven ‘dagelijks’ taalgebruik als brondomein. In het derde deelproject, dat komend najaar van start gaat, wil ik zelf materiaal verzamelen in ‘productie-experimenten’: hoe omschrijven proefpersonen de mentale staat van een ander in bepaalde omstandigheden? En opnieuw: wat leert ons dit over gedachtenlezen?

6. Wat is je lievelingswoord?

Dat wisselt per dag, maar nu ik net het NWO-filmpje weer gezien heb is het GEDACHTENLEESKAMPIOEN, een woord dat ooit ontstond toen ik met mijn baas over de Albert Heijn Superdieren in gesprek was.

7. Heb je een taalwens, en zoja, wat is het?

Ik vind het een plezier als mensen goed spreken en schrijven. Het is mijn overtuiging dat de manier om dit te leren blootstelling aan hoogwaardig taalgebruik is. Dit kan onder meer door goed geschreven boeken te lezen en minder goed geschrevene te vermijden. Daarom zou ik me wensen dat deze sectie Nederlands het voor het zeggen kreeg wat literatuurlijsten op alle middelbare scholen aangaat.

8. Wier of wiens taalgebruik vind jij inspirerend?

Het komt niet zelden voor dat ik mezelf een formulering hoor gebruiken die ik heb overgenomen van iemand wiens taalgebruik ik bewonder. Dit kan een schrijver zijn, zoals Hermans of Reve, of een cabaretier, zoals Youp van ’t Hek (in zijn programma’s van tot tien jaar geleden), of een ander begaafd taalgebruiker. Ik hoor bijvoorbeeld graag Ineke Sluiter spreken—verschillende van de genoemde formuleringen die ik wel eens meer of minder bewust leen komen uit haar hoorcolleges op CD.

9. Welke taal zou je nog wel eens willen leren en waarom?

Oud Grieks. Ik heb dit op de middelbare school niet geleerd en dat later, op de universiteit, regelmatig als gemis ervaren.

10. Ken je nog een leuke woordgrap, taalgrap of taalspelletje?

Het mooiste taalspelletje van het jaar is zonder meer Sinterklaasgedichten schrijven. En wat goede woordgrappen aangaat: die ontlenen hun betekenis en waarde vaak aan gedeelde kennis van een situatie. Met de meeste van mijn vrienden ben ik voortdurend bezig dit te bevestigen: door iets acrobatisch uit te drukken schijnt licht op wat we samen weten, en dus op wat ons verbindt. Dit maakt de schitterende woordgrappen en uitdrukkingswijzen die me bij een biertje om de oren vliegen, en die de berichtenlijst van mijn mobiele telefoon bevolken, lastig exporteerbaar. Eénkeertaal, dus.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen